
Het kerkhof van de folklore
Wat er gebeurde toen iemand het nog eens naging.
Januari, een jaar na het weekend waarin alles begon. Amos had er de smaak van te pakken en vroeg een LLM op een avond om conversietips voor Summa: wat kan ik verbeteren?
Het antwoord rolde er vlot, zelfverzekerd en met een zweem van autoriteit uit: ‘Maak je primaire actieknop oranje, dat levert de hoogste conversie op. Houd rekening met de 21 dagen die het brein nodig heeft voor een nieuwe gewoonte. Beperk je navigatiemenu tot zeven items, want het kortetermijngeheugen kan maar zeven plus of min twee elementen aan. En kies voor een blauwe achtergrond, want blauw straalt betrouwbaarheid uit.’
Het las precies als het advies van zo’n dure marketingconsultant die driehonderd euro per uur factureert, te laat op de afspraak verschijnt en met een stalen gezicht universele waarheden verkondigt alsof hij ze gisteren zelf in een laboratorium heeft ontdekt. Amos herkende er van alles in: dezelfde wijsheden die hij als marketeer al jaren op congressen hoorde. Dat voelde als bevestiging. Als het model het zei én de congressen het zeiden, dan zat het wel goed, en die redenering klinkt gezond zolang je niet vraagt waar iedereen het vandaan heeft. Eén tip verwerkte hij diezelfde week in een blogpost over goede voornemens en administratiegewoontes. Eenentwintig dagen, schreef hij, met precies het soort zelfvertrouwen waarmee een LLM het getal had aangeleverd.
Het antwoord kwam van Grace. Eén nuchtere regel, met een link eronder: ‘Weet je eigenlijk wel waar die eenentwintig dagen vandaan komen?’